Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

OM vraagt om diaken schuldig te verklaren aan alle moorden

OM vraagt om diaken schuldig te verklaren aan alle moorden

Nieuws
31/01/2018

Volgens het openbaar ministerie (OM) zijn dus ook de moorden op Irma Parmentier en Marguerite Blondeel bewezen. Voor die feiten trok de Wevelgemse diaken zijn bekentenissen in.

In zijn requisitoir besprak de openbaar aanklager de agenda's van de beschuldigde. "Maar we mogen het geen trofeelijst noemen, want er staan ook bekende mensen in. Hij noteert zelfs de kamer- en bednummers van de overledenen. Die mensen interesseren hem niet, het gaat hem om de dood. Hij herleidt ze tot cijfers, casussen." De bewuste agenda's werden in beslag genomen tijdens de huiszoeking van eind mei 2014. "Alle documenten werden meegenomen, maar er waren geen blanco formulieren voor euthanasie. Wat hij daarover verklaart, is larie en apekool."

Stressjaar

Na kort te ontkennen, beweerde Ivo Poppe dat hij volledig zou meewerken met het onderzoek. "Hij bekent in dat verhoor bij de onderzoeksrechter de hand gehad te hebben in de dood van zijn schoonvader en zegt dat het de voorlaatste was. Zijn bloedeigen moeke zou de laatste geweest zijn." In datzelfde verhoor beschrijft de diaken ook twee gebruikte technieken. "Bij luchtembolen treedt de dood na een vijftal minuten in, heeft hij proefondervindelijk vastgesteld. Maar hij vertelt ook dat hij insuline haalde uit de apotheek van de kliniek."

Op basis van zijn agenda's stelde Poppe zelf een lijst van 49 sterfgevallen op waaraan hij schuldig zou zijn. "Wanneer hij de lijsten overhandigt, geeft hij een uitleg en komt hij spontaan terug op het stressjaar 1993. Een dag later zegt hij al dat de lijst willekeurig is. Hij heeft ermee gerammeld en houdt de controle en de macht." Op een lijst van de politie duidde hij later 28 namen aan. "Pikant detail: Irma Parmentier en Marguerite Blondeel zitten er twee keer bij. Hij duidt de dood van Blondeel zelfs aan als scharniermoment."

Harde schijf niet gewist

Ivo Poppe legde gedetailleerde verklaringen af over de feiten op Parmentier en Blondeel, maar trok die bekentenissen terug in. "Hier heeft hij verklaard dat hij zich niets meer herinnerde van het overlijden van Irma Parmentier. Maar eigenlijk weet hij nog alles, behalve de doodstrijd van Irmaatje." Over Marguerite Blondeel verklaarde hij zelfs dat hij die bewuste dag in 1996 niet in het ziekenhuis was. "Hij heeft moeten toegeven dat zijn geschrift in haar verpleegdossier voorkomt. Zijn geheugen, zijn harde schijf is niet gewist."

De zonen van Blondeel waren aanwezig toen hun moeder stierf. "Daarom wil hij die insuline weg en ontkent hij dat nu. Daarom hebben die zonen hem niet gezien. Hij heeft de spuit met insuline gegeven en is dan weggegaan." De procureur-generaal moest toegeven dat voor sommige feiten geen concrete bewijzen zijn. "Een andere verpleegkundige zegt dat hij regelmatig een insulinespuit in zijn bovenzakje had zitten, op momenten dat hij het voor de job niet nodig had. Ook overeenstemmende vermoedens, gekoppeld aan een ingetrokken bekentenis, volstaan. Voor de feiten op zijn familieleden hebben we de bekentenissen, het koninginnestuk van de bewijsvoering. Ik vraag u in naam van de samenleving om 'ja' te antwoorden op de schuldvragen."

Verdediging

Meester Filip De Reuse startte zijn pleidooi door te verwijzen naar zijn traumatische jeugd. "Zijn tirannieke vader en de problematiek rond zijn zwaar gehandicapte zus hebben een onuitwisbare stempel gedrukt op zijn persoonlijkheid." Volgens psycholoog Mattias Desmet identificeert Poppe zich daardoor altijd met het lijden van een ander. "Dat lijden van die anderen komt massaal en zeer direct binnen bij hem."

Filip De Reuse: “Grenzeloze empathie was zijn motief, zijn drijfveer. Ik heb nooit geloofd dat Ivo Poppe een koelbloedige moordenaar was die het voor de kick deed. Na twee weken proces mag ik zeggen dat het zeker niet zo is."

Meester Govers vraagt de vrijspraak voor de moorden op Irma Parmentier en Marguerite Blondeel. Ze pleitte wel schuldig voor de feiten op tien andere mensen, onder wie vier familieleden.

Auteurs: