Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

Mesen wil nieuwe weg voor vrachtverkeer

Mesen wil nieuwe weg voor vrachtverkeer

Nieuws
16/04/2019

Burgemeester Sandy Evrard pleit nu voor een nieuwe weg buiten zijn stad. "Onze woningen scheuren en daveren dag en nacht, autospiegels worden regelmatig afgereden in de straat", getuigen Steve Bellèvre en zijn buren van de Komenstraat in Mesen, op de grens met het Heuvellandse Wijtschate. De gewestweg is te smal voor kruisende vrachtwagens en heeft geen fietspaden. "Veel wagens houden zich niet aan de toegelaten snelheid, levensgevaarlijk voor ons en onze kinderen", klinkt het. Ook wat verderop, aan het kruispunt 'Vier Koningen' op de grens tussen Wijtschate en Komen-Waasten, berokkent zwaar verkeer zware hinder.

De problematiek is al jaren gekend, maar raakte tot op vandaag niet opgelost. "Daarom vroeg ik de lokale politie om metingen uit te voeren", aldus Sandy Evrard, burgemeester van Mesen. "Maar liefst 1.800 vrachtwagens passeren elke week door onze stad. Dat komt neer op 91.000 per jaar. En dat 7 dagen op 7, 24 uur op 24. Die cijfers zijn hallucinant. Ik heb een stad van 1.000 inwoners, die niet meer leefbaar is. Zeker als er nog eens snelheidsovertredingen werden vastgesteld tot 160 km per uur, door gewone wagens weliswaar".

Nieuwe weg tussen Ploegsteert en Nieuwkerke

"Deze situatie is onhoudbaar. Het zwaar verkeer komt hoofdzakelijk door het aardappelverwerkend bedrijf Clarebout Potatoes, dat vestigingen heeft in het Heuvellandse Nieuwkerke en Waasten. Om de problematiek op te lossen pleit ik voor een nieuwe weg tussen Ploegsteert en Nieuwkerke. Dat is een piste, die ik wil onderzoeken samen met buurgemeenten Komen-Waasten, Heuvelland, Ieper, politie, Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) en de bedrijven. Als we geen compromis vinden, stap ik naar de Vlaams minister van Mobiliteit". Als voorlopige maatregel kon ik bij AWV bekomen dat er in de getroffen straten nieuwe asfalt wordt gegoten en een chicane wordt aangelegd ter hoogte van Covameat om de snelheid te remmen."

Auteurs: 
Thijs Pattyn