Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

Vrijspraak voor veevoederfabrikant in uitloper dioxinecrisis

Vrijspraak voor veevoederfabrikant in uitloper dioxinecrisis

Nieuws
22/11/2017

Dat heeft de Gentse correctionele rechtbank beslist. De Brabander werd door vetsmelters Verkest beschuldigd van het gebruik van valse creditnota's om hun schadevergoeding voor de dioxinecrisis te verhogen,

De dioxinecrisis barstte in 1999 los, nadat dioxines in de voedselketen terecht waren gekomen. Uit onderzoek bleek dat de besmetting zijn oorsprong vond bij het bedrijf Verkest in Deinze en bij het Waalse Fogra. Het bedrijf Fogra leverde met giftige pcb's besmette vetstoffen aan Verkest, die het aan de veevoederbedrijven verdeelde. De Verkests leverden zogezegd gesmolten dierlijk vet aan meng- en veevoederfabrikanten, terwijl het om een mengsel van dierlijk en technisch vet ging.

Zware schadevergoedingen

Jan en Lucien Verkest werden later schuldig bevonden aan valsheid in geschrifte, gebruik van valse stukken en bedrog in koopwaar. Op burgerlijk gebied deed de Gentse correctionele rechtbank in 2013 uitspraak. De rechtbank had vetsmelter Verkest veroordeeld tot het betalen van zware schadevergoedingen voor benadeelden van de dioxinecrisis. Veevoederfabrikant NV De Brabander Voeders kreeg toen 1.008.000 euro toegekend, omdat ze met dioxines gecontamineerd vet geleverd kregen.

Het bedrijf uit Roeselare moest zich verantwoorden voor valsheid in geschrifte en gebruik valse stukken, omdat het valse creditnota's aan klanten zou hebben opgesteld. De rechtbank oordeelde echter dat er geen sprake was van bedrieglijk opzet en sprak De Brabander vrij.

Auteurs: