Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

Minder ganzen overwinteren in de Oostkustpolders

Minder ganzen overwinteren in de Oostkustpolders

Nieuws
04/01/2016

De afname van de aantallen is al een aantal jaren bezig door de klimaatverzachting, zegt professor-emeritus Eckhart Kuijken, die wetenschappelijk cijfermateriaal van de afgelopen 55 jaar bijhoudt.

Daardoor blijven veel van die vogels meer in het noorden overwinteren. Van de kleine rietgans, een soort die via de kusten van Noorwegen en Denemarken afzakt uit Spitbergen, werden eind december 22.000 exemplaren geteld.  In strenge winters is dat aantal ruim dubbel zo hoog. Hetzelfde geldt voor de kolgans, een soort die continentaal uit het noord-oosten aankomt, en waarvan nu zo'n 18.000 exemplaren in de Oostkustpolders overwinteren. Al verspreid die soort zich meer en meer over de IJzervlaktevallei, Benedenschelde en Maasvallei.

Verwacht wordt dat de wegtrek van de kleine rietgans deze week naar Denemarken start. "De vroege wegtrek is een fenomeen van de laatste tien jaar, waardoor de aantallen in het voorjaar bijzonder laag en gespreid zijn, wat niet oninteressant is voor de landbouw", merkt professor Kuijken op.

Poldergraslanden

Hij verwacht in dat kader dat Europa de Vlaamse regering op de vingers tikt in het dossier van de historisch permanente poldergraslanden, met gekende overwinteringsplaatsen in onder meer Lissewege, Uitkerke, Damme, Meetkerke, Klemskerke en Vlissegem. "Voor de kleine rietgans waren er als sinds 2009 instandhoudingsdoelen geaccepteerd, die met het graslandenbesluit onvoldoende zijn ingevuld. Wij hopen alsnog op een aanvulling, want ons onderzoek bevestigt jaar na jaar hoe belangrijk de graslanden van die kerngebieden zijn. We hebben een belangrijke verantwoordelijkheid bij het overleven van die populaties, want 40 tot 50 pct (vroeger zelfs 80 tot 90 pct) van de kleine rietganzen overwinteren uitsluitend in de Oostkustpolders."

Auteurs: 
Belga